Starten met fotografie: tip 3
We zijn ondertussen bij de derde tip aanbeland. Net als de vorige 2 tips: “Trek veel foto’s“ en “Controleer voor je afdrukt” is dit een tip die weinig moeite vraagt, maar veel mooiere resultaten oplevert.
Fotografie basistip 3: gebruik NOOIT de ‘auto’-stand
Het eerste wat men je in de winkel vertelde toen je je camera kocht was wellicht: “Je draait het keuzewieltje bovenaan op het groene cameraatje om foto’s te trekken. En je draait het naar het play-symbool (of drukt op een toets) om je foto’s te herbekijken.“
En dat klopt natuurlijk: je fototoestel zal in de “groene stand” álle instellingen automatisch instellen. Het toestel zal het licht meten, zal het contrast meten, zal al dan niet de flits laten aangaan, … Dat is handig natuurlijk, maar je camera kan helaas niet raden, wat jij met je foto wil bekomen. Want afhankelijk van je bedoelingen, zullen de instellingen van je camera anders moeten zijn.
Voorbeeld 1: een panorama-foto met je kinderen aan de zijkant van de foto
Het is een traditionele vakantiefoto: je wil zowel je kinderen (of je geliefde) als het prachtige uitzicht fotograferen. Je zet je kinderen (niet in het midden!!) van het kader, en het prachtige uitzicht vult de rest van de foto. Op dat moment wil je dat zowel je kinderen als de achtergrond zo scherp mogelijk zijn.
Voorbeeld 2: je wil een portretfoto met een scherpe voorgrond en een vage achtergrond
Ook deze traditionele foto kent iedereen: je wilt het gezicht haarscherp op de foto. De achtergrond, die het van weinig belang is, moet onscherp zijn.
Je toestel kan al die situaties perfect aan, maar kan niet uit zichzelf inschatten wat jij wil. Want waar je bij de landschapfoto zo veel mogelijk scherpte wil in de achtergrond, zal je in portretfoto zij weinig mogelijk scherpte willen.
Je vertelt de camera wat je wil, door de juiste modus te gebruiken:
Zowat elke camera heeft een landschap-modus. Hierbij zal je camera (door een kleine diafragma-opening) voor zo veel mogelijk scherpte proberen zorgen. En daarbij houdt de camera nog steeds rekening met het licht, het contrast tussen de lichte en donkere delen, …
Bij de portret-modus zal je camera net proberen zorgen voor een scherpe voorgrond, en een onscherpe achtergrond (door een grote diafragma-opening). En ook hier zal je camera rekening blijven houden met de omstandigheden zodat je foto niet overbelicht wordt.
Wanneer je bovenstaande foto’s in automatische stand (groene stand) zou schieten, kiest je camera voor de gulden middenweg. Hierdoor zal landschapsfoto misschien net niet scherp genoeg zijn en je portretfoto het dramatische effect missen.
Gebruik dus de verschillende modi om het toestel op weg te helpen. De handleiding van je toestel vertelt je zeker waarvoor elke modus geoptimaliseerd is.
Voor wie nog meer wil lezen over portretfotografie kan ik volgende korte artikels aanraden. Ze geven een aantal pasklare tips voor mooie portretfoto’s. Een overzicht van de meest gebruikte camerastanden vind je dan weer op de fotografie leren website.
Meer artikels voor beginnen met fotografie:
Dit is het eerste artikel in een reeks van 5 artikels:
- Tip 1: Neem veel foto’s!
- Tip 2: Controleer voor je afdrukt.
- Tip 3: Gebruik de juiste instelling
- Tip 4: Let op met flitsen
- Tip 5: Denk aan je compositie
Begin je te werken met een spiegelreflexcamera, dan kan ik je deze artikels aanraden:
- Deel 1: Beginnen fotograferen met een spiegelreflexcamera: voor- en nadelen
- Deel 2: Bijlezen op de theorie van het fotograferen en nabewerken op de computer
- Deel 3: Extra materiaal: portretlens, zoomlens en opzetflitser
- Deel 4: Conclusie: het is niet (enkel) het materiaal, het is vooral je oog dat voor mooie foto’s zorgt
En wil je weten hoe je voor één euro als een professionele opzetflash kan flitsen, lees dan dit artikel:
Verwante artikels:
[...] Tip 3: Gebruik de juiste instelling [...]